Het hedendaagse debat over religieuze tradities spitst zich opnieuw toe op de kwestie van het lichaam. Onder de eeuwenoude rituelen staat de Brit Milah, de joodse rituele besnijdenis die op de achtste dag na de geboorte wordt uitgevoerd, bijzonder in de belangstelling van westerse rationalistische stromingen. Voor het jodendom is deze handeling noch een louter cultureel gebruik, noch een archaïsch bijgeloof.
Zij vormt eenvoudigweg de hoeksteen van de joodse identiteit en van het onbreekbare verbond met het goddelijke.
Toch rijzen er, in een tijdperk dat wordt gekenmerkt door individualisme en een opvatting van burgerlijke neutraliteit die absolute en misschien uiteindelijk ook dogmatische vormen aanneemt, steeds meer stemmen die deze praktijk ter discussie stellen in naam van de rechten van het kind of de lichamelijke integriteit.
Deze overdenking beoogt de Brit Milah niet te benaderen als een verouderd ritueel dat zijn plaats in de hedendaagse samenleving heeft verloren, maar als een fundamentele daad van antropologische overdracht. Daarnaast onderzoekt dit opiniestuk hoe dit ritueel zich verhoudt tot de juridische en filosofische kaders van België en de bredere westerse samenleving.
De spirituele, antropologische en historische verankering.
Om de werkelijke betekenis van de Brit Milah te begrijpen, is het noodzakelijk zich los te maken van een louter technische benadering. Misschien wordt het voor de mens van de eenentwintigste eeuw echter steeds moeilijker om zich boven het louter materiële te verheffen. Hoe dan ook, binnen het joodse denken en overigens binnen het gehele monotheïsme
Is het lichaam geen neutrale materiële omhulling, maar juist de drager van heiligheid en moreel bewustzijn.
Het teken van het eeuwige verbond.
De besnijdenis, ingesteld door de aartsvader Abraham, wordt in het boek Genesis uitdrukkelijk omschreven als ‘het teken van het verbond’ tussen de Schepper en de afstammelingen van Abraham. Door dit teken in het lichaam van het kind aan te brengen, nemen de ouders de pasgeborene op in een ononderbroken keten van opeenvolgende generaties. Het is een daad van verwelkoming die een biologisch bestaan verbindt met een unieke spirituele geschiedenis.
Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden. U moet het vlees van uw voorhuid laten besnijden en dat zal een teken zijn van het verbond tussen Mij en u. Elk kind bij u van acht dagen oud, al wie mannelijk is, moet besneden worden, al uw generaties door: degene die in uw huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort. Genesis 17:10-12 ⇒ Meer lezen, klik hier.
De filosofie van de vervolmaking.
Een belangrijk filosofisch argument, uitgewerkt in de Talmoedische literatuur, biedt een antwoord op de kritiek dat de besnijdenis de natuur zou aantasten. Volgens deze visie heeft God de wereld en de mens bewust onvoltooid geschapen. De mens heeft de opdracht gekregen om als partner van de Schepper mee te werken aan de voltooiing van de schepping (Tikkoen Olam). De besnijdenis symboliseert deze ethische verantwoordelijkheid: de ruwe natuur moet door bewust en moreel handelen worden verheven en vermenselijkt.
Een daad van identitair verzet.
De geschiedenis toont aan dat de besnijdenis vaak het doelwit is geweest van centralistische of totalitaire machthebbers die gedwongen assimilatie nastreefden. Van de decreten van Antiochus IV Epifanes (215–164 v.Chr.) in de hellenistische oudheid tot de strenge verboden onder het Sovjetregime in de twintigste eeuw werd de Brit Milah herhaaldelijk onderdrukt.
Onder het stalinistische regime liepen traditionele uitvoerders van de besnijdenis (mohalim) het risico door het staatsapparaat te worden vervolgd, terwijl het regime van Enver Hoxha in Albanië de praktijk in 1967 uitdrukkelijk bij de Grondwet verbood.
Het in stand houden van dit ritueel is daarom door de geschiedenis heen een belangrijke daad van spiritueel verzet geweest, gericht op het bewaren van de continuïteit van de joodse identiteit.
Het Paulusperspectief
In het hedendaagse debat beroepen sommige critici zich op de geschriften van de apostel Paulus om hun standpunt historisch te onderbouwen. Een zorgvuldige exegese van Paulus’ theologie laat echter zien dat hij zich nooit tegen de besnijdenis als zodanig heeft gekeerd, maar uitsluitend tegen het opleggen ervan aan niet-Joden (de heidenen) als voorwaarde voor het verkrijgen van het heil.
Voor Paulus bleef de besnijdenis een teken van uitverkiezing voor het Joodse volk.
Zelf schrijft hij in de Brief aan de Filippenzen 3:5 dat hij “op de achtste dag besneden” is. ⇒ Meer lezen, klik hier.
Tijdens het Concilie van Jeruzalem (Handelingen 15) wilden de eerste apostelen enkel voorkomen dat de heidense volkeren werden belast met de volledige Joodse wet. Daarbij werd de legitimiteit van de Brit Milah voor de afstammelingen van Abraham op geen enkel moment ter discussie gesteld.
Filosofische vraagstukken.
De hedendaagse kritiek op de besnijdenis steunt voornamelijk op concepten uit de bio-ethiek en de individuele rechten.
Het bezwaar van toestemming.
Het argument dat het vaakst wordt aangevoerd door bewegingen die zich tegen de rituele besnijdenis verzetten, luidt dat een kind niet in staat is toestemming te geven. Het uitvoeren van een onomkeerbare lichamelijke ingreep zou daarom een schending vormen van zijn toekomstige autonomie.
Vanuit antropologisch perspectief botst dit argument echter met de werkelijkheid van het ouderschap, dat er wezenlijk uit bestaat vanaf de geboorte fundamentele keuzes voor het kind te maken, zoals de taal waarin het wordt opgevoed, de culturele omgeving, de opvoeding en de levensbeschouwelijke of religieuze vorming. Dergelijke keuzes geven, in meer of mindere mate, blijvend vorm aan de identiteit en het denken van het kind.
Vanuit traditioneel perspectief wordt deze overdracht dan ook niet beschouwd als een aantasting van de autonomie,
maar als het aanbieden van een eerste narratief en een waardenkader van waaruit het individu later zijn eigen keuzes kan maken.
De gelijkstelling met vrouwelijke genitale verminking.
Soms wordt een parallel getrokken tussen de mannelijke besnijdenis en vrouwelijke genitale verminking, met het oog op een vergelijkbaar wettelijk verbod. Medische autoriteiten verwerpen deze gelijkstelling. Vrouwelijke genitale verminking leidt tot een ingrijpende aantasting of vernietiging van de erogene geslachtsorganen en gaat gepaard met ernstige, vaak chronische medische complicaties.
Mannelijke besnijdenis daarentegen laat de algemene integriteit van het voortplantingsstelsel en de seksuele functie intact.
De Belgische context
België kent een levendig filosofisch en juridisch debat over de plaats van religieuze rituelen in zowel de publieke als de private sfeer.
Het model van de georganiseerde vrijzinnigheid.
België beschikt over een bijzondere institutionele structuur. Op grond van artikel 181 van de Grondwet wordt de georganiseerde niet-confessionele vrijzinnigheid juridisch en financieel op gelijke voet erkend met de officieel erkende erediensten.
Dit model waarborgt het levensbeschouwelijk pluralisme. Toch ontstaan er geregeld politieke meningsverschillen. Bepaalde stromingen binnen de militante vrijzinnigheid pleiten voor een strikt neutrale publieke ruimte en stellen daarom rituele tradities of de aanwezigheid van godsdienstonderwijs in het officieel onderwijs ter discussie. Tegen deze achtergrond uiten religieuze gemeenschappen soms – en niet zonder reden – hun bezorgdheid over een mogelijke inperking van de rituele vrijheid, vooral sinds het verbod op onverdoofd slachten dat door de Vlaamse en Waalse parlementen werd ingevoerd.
Ter herinnering:
___de vrijzinnigheid, in haar oorspronkelijke en nobele betekenis, beoogt juist een maatschappelijke ruimte te creëren waarin iedere burger, ongeacht zijn of haar levensbeschouwing of religieuze achtergrond, in volledige waardigheid, gelijkheid en zonder enige vorm van stigmatisering kan deelnemen aan het openbare leven.
Het grondwettelijk kader als waarborg.
Ondanks de ethische en maatschappelijke discussies blijft de godsdienstvrijheid beschermd door de Belgische grondwet. Artikel 19 bepaalt:
“De vrijheid van de eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens de bestraffing van misdrijven die bij het gebruik van die vrijheden worden gepleegd.”
De rechtspraak beschouwt de uitoefening van traditionele familiale religieuze rituelen dan ook als beschermd door deze grondwettelijke bepaling, voor zover zij in overeenstemming zijn met de algemene wetten van het land en de openbare orde.
Het standpunt van de Belgische rabbinale autoriteiten.
In België verdedigen de representatieve Joodse instellingen, in lijn met de standpunten van de opperrabbijnen, waaronder de voormalige opperrabbijn van Brussel, Albert Guigui, de legitimiteit van de Brit Milah op basis van het grondwettelijke evenwicht tussen godsdienstvrijheid en de rechtsstaat.
Hun argumentatie berust op het uitgangspunt dat de besnijdenis geen profane of esthetische ingreep is, maar een fundamenteel religieus gebod dat door de eeuwen heen op vreedzame en respectvolle wijze is uitgeoefend. Tegelijk benadrukken de religieuze autoriteiten het belang van een strikte naleving van de hedendaagse medische en hygiënische voorschriften, zodat de ingreep onder de hoogst mogelijke veiligheidsvoorwaarden wordt uitgevoerd.
Het democratische model.
De meeste westerse democratieën beschermen en reguleren de rituele besnijdenis vanuit het beginsel van de fundamentele vrijheden en de bescherming van minderheden.
Vergelijking van de wetgeving.
Verenigde Staten
De rituele besnijdenis is er algemeen aanvaard en wordt beschermd op grond van het Eerste Amendement van de Grondwet, dat de vrijheid van godsdienst waarborgt, evenals op basis van het recht op de persoonlijke levenssfeer van gezinnen.
Duitsland
Naar aanleiding van een juridische controverse in 2012 heeft de Duitse Bondsdag de rechtspositie verduidelijkt door § 1631d van het Burgerlijk Wetboek aan te nemen. Deze bepaling staat de besnijdenis van minderjarige jongens om religieuze redenen uitdrukkelijk toe, op voorwaarde dat de ingreep volgens de regels van de medische kunst wordt uitgevoerd en dat een passende pijnbestrijding wordt toegepast.
Zweden
De Zweedse wet van 2001 regelt de uitvoering van de rituele besnijdenis. Zij bepaalt dat de ingreep moet worden verricht door een arts of onder toezicht van bevoegd medisch personeel, waarbij plaatselijke verdoving verplicht is.
Het internationaal juridisch kader.
De bescherming van religieuze rituelen steunt op verschillende internationale verdragen.
- Artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarborgen de vrijheid om een godsdienst of overtuiging te belijden en deze tot uitdrukking te brengen door eredienst, rituelen en religieuze praktijken.
Artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten erkent het recht van ouders om hun kinderen overeenkomstig hun religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen op te voeden.
- In oktober 2013, naar aanleiding van initiatieven binnen de parlementaire vergadering van
de raad van Europa die de legitimiteit van rituele besnijdenis ter discussie stelden, werd bevestigd dat de vrijheid van godsdienst zich eveneens uitstrekt tot historische en traditionele religieuze rituelen.
De visie van de medische wereld.
Hoewel de Brit Milah uitsluitend een spirituele motivatie heeft, worden de gezondheidsaspecten van de mannelijke besnijdenis regelmatig wetenschappelijk onderzocht.
Standpunten van gezondheidsinstanties.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de American Academy of Pediatrics (AAP) erkennen dat mannelijke besnijdenis medische en preventieve voordelen kan hebben. De AAP concludeerde, op basis van een evaluatie van de beschikbare klinische gegevens, dat
de voordelen van besnijdenis bij pasgeborenen opwegen tegen de risico’s.
Tegelijk benadrukt zij dat de uiteindelijke beslissing aan de ouders toekomt, rekening houdend met hun religieuze, culturele en persoonlijke overtuigingen.
Epidemiologische gegevens.
Studies op het gebied van de volksgezondheid wijzen op verschillende mogelijke voordelen:
- Een lager risico op urineweginfecties bij zuigelingen gedurende het eerste levensjaar.
- Een aanzienlijke vermindering van het risico op heteroseksuele overdracht van hiv en van bepaalde seksueel overdraagbare aandoeningen, zoals het humaan papillomavirus (HPV).
- Een lagere incidentie van peniskanker bij mannen en baarmoederhalskanker bij vrouwelijke partners.
Daarnaast wordt de Brit Milah tegenwoordig uitgevoerd volgens strikte medische en hygiënische richtlijnen. Daarbij worden, waar aangewezen, lokaal werkende verdovingsmiddelen gebruikt om de pijn tijdens de ingreep zoveel mogelijk te beperken.
Conclusie.
De Brit Milah blijft een fundamentele pijler van de continuïteit van de joodse identiteit.
In België kan de beoordeling van deze praktijk niet worden gereduceerd tot een dogmatische tegenstelling tussen religie en vrijzinnigheid.
Zij vereist een evenwichtige afweging van grondrechten, waaronder de vrijheid van godsdienst, de rechten van ouders en de bescherming van minderheden.
Het respect voor de Belgische Grondwet en de internationale verdragen waarborgt dat gezinnen hun religieuze overtuigingen kunnen beleven en doorgeven, mits de geldende gezondheids- en veiligheidsvoorschriften worden nageleefd. Op die manier blijft het pluralistische en tolerante karakter van de democratische rechtsstaat behouden.
Vanuit dit perspectief vormt de Brit Milah een legitieme religieuze praktijk.
Zodra aan de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften is voldaan, kan de aanhoudende wens om de Brit Milah te verbieden volgens de auteur alleen nog worden verklaard door ideologische motieven: antireligieuze, antisemitische of zowel antireligieuze als antisemitische motieven.
Ten slotte betoogt de auteur dat
wanneer één religieuze gemeenschap wordt beperkt in de uitoefening van een van haar meest wezenlijke en heilige rituelen, dit uiteindelijk gevolgen kan hebben voor de vrijheid van ALLE religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen.
olgens hem dreigt dan, onder het mom van de bescherming van het kind, een samenleving waarin de vrijheid van geweten steeds verder wordt ingeperkt.
Hector Cornet d’Auquier namens de Belgische Coalitie voor Israël
Englisch
Français
Nederlands